|
Kijk niet alleen naar prestaties, maar ook naar energie.
Goede punten en positieve feedback zeggen niet alles. Observeer vooral
hoe je kind thuiskomt: is er nog ruimte voor spontaniteit, spel, praten?
Of zie je vooral vermoeidheid, prikkelbaarheid of emotionele leegloop?
Energieverlies kan een signaal zijn dat leren gebeurt ten koste van
innerlijke veiligheid.
Wees alert op overdreven braafheid en conflictvermijding.
Een kind dat nooit ‘lastig’ is, altijd meebeweegt en zichzelf
wegcijfert, lijkt gemakkelijk in de omgang. Maar extreme meegaandheid
kan ook wijzen op angst om af te wijken of afgewezen te worden. Zeker
bij hoogbegaafde en hooggevoelige kinderen is dit een vaak onderschat
alarmsignaal.
Maak expliciet dat liefde en verbondenheid onvoorwaardelijk zijn.
Benoem, ook in rustige momenten, dat je kind niet hoeft te voldoen,
presteren of zich aanpassen om erbij te horen. Dat het geliefd is om wie
het is, niet om wat het doet. Die boodschap werkt preventief tegen
zelfverloochening.
Geef taal aan innerlijke beleving, niet alleen aan gedrag.
Vraag niet alleen wat er gebeurde op school, maar ook hoe
het voelde. Help woorden vinden voor spanning, twijfel, enthousiasme of
ongemak. Zo leert een kind zichzelf van binnenuit begrijpen in plaats
van zich enkel te sturen op verwachtingen van buitenaf.
Normaliseer verschil en eigenheid — ook wanneer die wringt.
Niet elk kind past vanzelf in de groep, en dat hoeft ook niet. Benoem
dat anders zijn soms frictie geeft, maar niet fout is. Verschil
verdragen — bij jezelf én bij anderen — is een belangrijke
levensvaardigheid.
Help je kind onderzoeken waar een ‘ja’ vandaan komt.
Niet elk ja is hetzelfde. Soms komt het uit echte keuze en
betrokkenheid, soms uit angst om teleur te stellen. Door dit onderscheid
voelbaar te maken, help je je kind om signalen van zijn eigen lichaam
serieus te nemen.
Zoek binnen school bondgenoten die ook naar welbevinden kijken.
Dat kunnen leerkrachten, zorgcoördinatoren of begeleiders zijn die
verder kijken dan cijfers en gedrag. Een gedeelde taal rond veiligheid
en welzijn maakt een wereld van verschil.
Wees mild: aanpassen was ooit een slimme strategie.
Veel kinderen hebben leren aanpassen om zich te beschermen. Dat verdient
erkenning, geen correctie. Van daaruit kan langzaam onderzocht worden
of die strategie nog nodig is.
En misschien wel de belangrijkste: leef zelf voor hoe je zichtbaar kan zijn, mét verbinding.
Kinderen leren niet vooral van wat we zeggen, maar van hoe we zijn. Door
zelf ruimte in te nemen zonder de verbinding te verliezen, geef je een
krachtig, belichaamd voorbeeld.
Bij Mannaz blijven we deze vragen stellen. Niet omdat we tegen leren zijn — integendeel.
Maar omdat leren zonder veiligheid nooit duurzaam is.
|
Reacties
Een reactie posten