maandag 11 augustus 2014

Kinderen kunnen zichzelf alles leren

Toen wij in 1986 onze eerste computer kochten was in enorm onder de indruk.  Mijn toenmalige man zei: "Probeer maar.  Wat je ook doet, hij kan niet kapot.'  Ik ben hem vandaag nog steeds dankbaar voor die kans, en over de volgende maanden heb ik mezelf aangeleerd hoe ik met de computer over weg kon.  Ik heb dan ook een intrapersoonlijke intelligentie. hetgeen betekent dat ik liever eerst zelf dingen probeer, voor iemand me uitlegt hoe ik iets moet doen.

Daarom was ik ook zo enthousiast toen ik een aantal jaren terug hoorde over het experiment van Sugata Mitra.  Mijn collega Jan heeft hem in 2012 in Antwerpen ontmoet.

Dit is een artikel geschreven door Renate Megens


Geef een kind een computer en binnen no time kan hij ermee overweg. Hij leert zichzelf surfen, mailen, chatten, gamen en als het moet ook de Engelse taal.
Zelfstandig leren heeft de toekomst, meent de Indiase wetenschapper Sugata Mitra.
Zeker op plekken waar geen scholen zijn.


Zelfs zijn eigen medewerkers verklaarden hem voor gek toen de Indiase wetenschapper en natuurkundige Sugata Mitra met zijn experiment begon. Hij wilde aantonen dat kinderen zichzelf kunnen leren met computers te werken. Helemaal zelfstandig, zonder een seconde hulp van buitenaf.

Zou zijn experiment slagen, dan zou de positieve impact voor ontwikkelingslanden enorm kunnen zijn – al was dat niet eens Mitra’s primaire doel.

Honderden miljoenen kinderen moeten het wereldwijd doen zonder onderwijs.
Niet alleen in afgelegen gebieden zonder scholen, maar ook in bijvoorbeeld sloppenwijken waar het onderwijs domweg niet toegankelijk is. Computers beschikbaar stellen en aan de kinderen overlaten hoe ze die moeten gebruiken, is een stuk gemakkelijker en goedkoper te realiseren dan ze allemaal naar school laten gaan.

Kortom, er was een wereld te winnen toen Sugata Mitra in 1999 zijn project ‘The Hole in the Wall’ begon. Hij was op dat moment hoofd Onderzoek in Onderwijstechnologie van het bedrijf NIIT Limited in de Indiase hoofdstad New Delhi. Zijn kantoor grensde aan de muur die een grote sloppenwijk scheidde van een ander stadsdeel. Mitra droeg zijn personeel op in die muur een gat te maken en er een krachtige pc met een touch pad en internet explorer in te metselen. Binnen een mum van tijd namen kinderen die nog nooit met een computer hadden gewerkt het apparaat in gebruik.

Sceptici zeiden dat de kinderen waarschijnlijk hun hoofd over de schutting hadden gestoken om aan voorbijgangers te vragen hoe ze de computer moesten bedienen.

Dus ging Mitra het experiment ook elders in India uitvoeren, op plekken waar het ondenkbaar was dat kinderen iets van iemand konden leren over computergebruik.

Zijn experimenten slaagden overal, steeds weer. Bovendien bleek dat de kinderen zichzelf veel meer leerden dan alleen met een computer omgaan en surfen op het internet.

Mitra’s pionierwerk heeft hem verschillende onderscheidingen, wereldwijde faam en internationale navolging gebracht. Maar tot een echte onderwijsrevolutie in ontwikkelingslanden hebben zijn bevindingen nog niet geleid.

Hulporganisaties die zich met onderwijs bezighouden, kunnen het maar moeilijk accepteren, scholing zonder leraar. En als het om onderwijs gaat, blijken veel mensen daar vanuit hun spreekwoordelijke leunstoel verstand van te hebben – Mitra’s wetenschappelijk onderzoek ten spijt.


Hoe kwam u op het idee, een computer in een openbare muur metselen?
‘Door een ervaring met mijn zoontje. In 1988 kocht ik mijn eerste computer, een pc met een floppy drive. Hij was erg duur en kostte me ongeveer tien maandsalarissen. Mijn zoontje was op dat moment een jaar of vijf, zes. Ik had hem verboden aan de computer te komen, omdat die me zoveel geld had gekost. Op een dag zat ik ergens mee te worstelen, ik kon een bestand niet vinden. Ineens hoorde ik het stemmetje van mijn zoon op de achtergrond: “Als je die ene knop aanklikt en dan zus en zo doet, dan vind je het bestand.”
Ik was verbijsterd. Ik draaide me om, en zei: “Wát?”. Mijn zoontje legde uit: “Ik heb vorige week gezien hoe je het deed.”
Vanaf dat moment mocht hij aan mijn computer komen. En ontstond bij mij het idee om kinderen toegang tot een computer te geven. Ik wist precies wat er zou gebeuren, namelijk dat ze de computer zonder begeleiding zouden gaan gebruiken. Dus heb ik de eerste als een soort pinautomaat in de muur van een sloppenwijk laten metselen – om te kijken of ik gelijk had.’

Was het moeilijk anderen ervan te overtuigen dat The Hole in the Wall een goed idee was?
‘Iedereen zei dat het onzin was. Het duurde elf jaar voordat ik met het project kon beginnen. Maar het werkte. Kinderen van een jaar of acht tot een jaar of twaalf leerden zichzelf, en elkaar, hoe ze de computer moesten gebruiken.’


En daarna ging het balletje rollen.
‘Op een dag was het toenmalige hoofd van de Wereldbank, James Wolfensohn, in Delhi. Hij kwam naar mijn project kijken en ik moest zijn bezoek begeleiden. Dus ik nam hem mee naar de muur met de computer. We stonden op een afstandje te kijken, en ik zei: “Waarom gaat u niet even met de kinderen zelf praten?” Een klein halfuur later kwam hij terug en vroeg: ‘Hoeveel geld heb je nodig om aan te tonen dat deze casus niet op zichzelf staat?’
We kregen 1,6 miljoen dollar van de Wereldbank en deden vijf jaar lang in heel India onderzoek. Daar kwamen duidelijke antwoorden uit: kinderen kunnen zichzelf zonder hulp van buitenaf leren de computer en het internet te gebruiken, ongeacht wie of waar ze zijn en welke taal ze spreken. Ze leren zichzelf o.a. browsen, e-mailen, chatten, gamen, muziek downloaden en video’s bekijken.’

U ontving zelfs een belangrijke Indiase onderscheiding voor uw werk.
‘Ja, onze onderzoeksresultaten werden als erg belangrijk beschouwd.
Het bedrijf waarvoor ik werkte begon The Hole in the Wall als commercieel product te ontwikkelen, en de Indiase regering werd één van onze grootste klanten. Ze plaatsten honderden computers op plekken in India waar geen scholen gebouwd konden worden, of waar geen leraren naartoe wilden. Zelf was ik intussen alweer met iets anders bezig.
Want de kinderen leerden zichzelf veel meer dan alleen de computer en het internet gebruiken. Ik was nieuwsgierig geworden naar die bijkomstige effecten.’


Wat leerden de kinderen zichzelf nog meer?
‘De Engelse taal bijvoorbeeld. Dat bleek toen ik een computer met Engelstalige games achterliet op een plek waar niemand Engels sprak. De kinderen moesten zichzelf dus Engels leren als ze wilden gamen.
Ergens anders voerden we een experiment uit met een spraakgestuurde computer. Dat was op een plek waar kinderen weliswaar Engels spraken, maar met een zwaar accent. De computer begreep hen absoluut niet. Toen ik na twee maanden terugkwam, hadden de kinderen zichzelf een neutraler Engels accent aangeleerd, dat de computer wel begreep.
Kinderen leren zichzelf alles wat ze willen leren en waar ze nieuwsgierig naar zijn.”

Wat was de respons op uw onderzoek van organisaties die zich bezighouden met onderwijs in ontwikkelingslanden?
‘Erg positief. Velen hebben mijn methode uitgeprobeerd, met hun eigen aanpassingen. Wat me teleurstelt is dat politici en hulpverleners die met onderwijs werken het nog steeds moeilijk vinden om een onderwijsproject los te koppelen van een leraar. Dus ze proberen het mét leraar erbij. Maar dan gaan de kinderen zich heel anders gedragen. De leraar legt uit, de kinderen staan stilletjes bij de computer en beantwoorden de vragen van de leraar. Op die manier is er geen verschil met een school.’


Hoeveel Holes in the Wall zijn er nu?
‘Ik moet gokken, maar ik denk zeker zeshonderd of zevenhonderd in verschillende landen. Niet alleen in India, maar ook in bijvoorbeeld Cambodja en een aantal Afrikaanse landen.’

Het is mooi dat kinderen in kansarme gebieden zichzelf op deze manier veel kunnen leren. Maar geeft het ze ook een beter toekomstperspectief?
‘Dat is moeilijk te meten. We hebben op dit moment alleen fragmentarisch bewijs. Ik ken bijvoorbeeld het geval van een jongen uit een afgelegen dorpje die nu een proefschrift schrijft, en een meisje dat voor ingenieur studeert.
Beiden zeggen dat dit door de computer komt. Ik weet zeker dat er duizenden van dit soort voorbeelden moeten zijn.’

U hebt uw onderzoek voortgezet aan de Universiteit van Newcastle in Engeland.
‘Ik ben in 2006 naar Newcastle vertrokken, en hou me bezig met Self Organised Learning Environments. Bij deze SOLE’s draait het om zelfstandig leren, in een klein groepje kinderen dat een computer tot zijn beschikking heeft, met een volwassene die de kinderen slechts aanmoedigt en een leraar die de juiste vragen stelt.
Ik werk nu ook met Engelse scholen, en scholen over de rest van de wereld. China, Italië, Spanje, Argentinië, noem maar op.
Overal gebeurt hetzelfde: je kunt kinderen alles vragen, ook ingewikkelde zaken, en ze vinden het antwoord. Deze leermethode blijkt zelfs nog beter te werken op goede scholen dan op slechte scholen. Internationale scholen in India en Australië bijvoorbeeld rapporteren fantastische resultaten.’

Ik las dat u het eens bent met science fiction-schrijver Arthur C. Clarke, die zei: ‘Any teacher that can be replaced by a machine, should be’. Worden scholen en leraren in de toekomst overbodig?
‘Er zijn scholen en leraren die de uitkomsten van mijn onderzoeken bedreigend vinden voor hun positie, zeker in armere landen. Maar ik zeg niet dat scholen en leraren moeten verdwijnen.
Ik denk wel dat ze erg zullen veranderen. De leermethodes zullen gaan lijken op die bij het schrijven van een proefschrift, waarbij iemand het antwoord zoekt op een onderzoeksvraag.
Dus geen leraar meer die zegt wat de kinderen moeten leren, maar kleine groepjes kinderen die met behulp van een computer het antwoord op vragen zoeken.
Uit studies blijkt dat kleine kinderen dit nog beter doen dan oudere kinderen. Ze zitten vol energie en hebben een open mind.’

Wat is eigenlijk uw primaire doel: onderwijstechnologie an sich of het verbeteren van onderwijs in ontwikkelingslanden?
‘Het laatste is een bijkomstigheid. Ik heb niet de uitgesproken wens om de wereld te verbeteren. Mijn primaire doel is niet eens onderwijstechnologie.
Ik wil weten hoe het brein werkt.
Daar gaat het me uiteindelijk om. Veel antwoorden op grote vragen liggen besloten in de hersenen van kinderen.’

Zoals?
‘Het gender issue bijvoorbeeld. Dat is tot nu toe de ontbrekende schakel in mijn onderzoek. Hier wil ik me in de volgende fase mee bezighouden. Om de één of andere reden werken jongens en meisjes in mijn groepsexperimenten niet samen. Nergens, over de hele wereld niet. Het heeft te maken met het feit dat jongens en meisjes verschillend denken. Als je erachter komt in welk opzicht hun denken verschilt, kun je misschien veel problemen oplossen die volwassen mannen en vrouwen met elkaar hebben.’

Wat moet er, naar aanleiding van uw bevindingen over zelfstandig leren, gebeuren op het gebied van onderwijs in ontwikkelingslanden?
‘De uitkomsten van mijn onderzoek naar Self Organised Learning Methods moeten worden geaccepteerd als een geldige en effectieve onderwijsmethode.
Deze methode is veel goedkoper dan traditionele onderwijsmethoden.
Zo kunnen de budgetten voor onderwijs in ontwikkelingslanden dus veel effectiever worden besteed. Als regeringen openstaan voor de bewijsresultaten, dan moeten ze mijn methode opnemen in hun onderwijssysteem en invoeren op plekken waar geen scholen of geen goede scholen zijn.
Maar helaas is het een probleem om deze leermethode geaccepteerd te krijgen. Als het om onderwijs gaat, heeft iedereen een mening, en die is vaak erg onwetenschappelijk.
Het is belangrijk dat mensen zich gaan realiseren dat het onderzoek naar onderwijs zich heeft ontwikkeld tot een volwaardige wetenschap.’



Sugata Mitra (Calcutta, 1952) studeerde natuurkunde, waarbij niet alleen het vak zelf, maar ook de onderwijskundige aspecten hem interesseerden. Met een vader als wetenschapper op het terrein van psychologie en psychoanalyse was Mitra tijdens zijn jeugd omringd door psychologen, patiënten en onderwijskundigen. Na het schrijven van zijn proefschrift werkte hij als computerprogrammeur, zette hij een computernetwerk voor een Indiase krant op en was hij de drijvende kracht achter de Gele Gids-industrie in India. Eind jaren tachtig introduceerde hij de eerste toepassingen van internet en multimedia in het Indiase onderwijs. In 1999 begon Sugata Mitra zijn project The Hole in the Wall. Hiervoor ontving hij in 2005 van de Indiase regering de Dewang Mehta Award voor Innovaties in Informatietechnologie. Sinds 2006 werkt hij aan de Universiteit van Newcastle in Groot-Britannië. In januari 2011 ontving hij een eredoctoraat van de TU in Delft. Sugata Mitra is getrouwd en heeft een volwassen zoon.

Hooggevoelig? 5 bewijzen dat je sterker bent dan je denkt

gevoelig stress 
 
Op de website van Jobat.be botste ik op een leuk artikel van  Inge Ketels.  Ik deel het graag met u.


Neem jij makkelijk spanningen over? Heb je snel door hoe anderen zich voelen? Vind je de wereld soms overweldigend? Dan is de kans groot dat je hoogsensitief bent. Maar gelukkig hoeft dat geen probleem te zijn.

Volgens Carolina Bont, schrijfster van het boek ‘Hoogsensitiviteit als kracht’, is 20% van de bevolking hooggevoelig, vaak zonder het zelf te weten. “Hoogsensitieven (HSP’s) eigenen zich vaak gevoelens van anderen toe en krijgen sneller last van stress. Ze pikken ook vaker subtiliteiten op die de meeste mensen niet opvallen”, verduidelijkt zelfvertrouwencoach Inge Ketels. “Het kan zijn dat ze zich hierdoor sneller moe, overweldigd of niet op hun gemak voelen. En soms kunnen ze zich moeilijk concentreren, of houden ze spanning onnodig lang vast.”

“Dat resulteert helaas vaak in een gevoel van eigen tekortkoming, van niet goed genoeg zijn, omdat ze zich anders voelen dan de anderen, waardoor het zelfvertrouwen van een hoogsensitief persoon (HSP) makkelijk daalt. De eigen assertiviteit neemt af, waardoor het eigen potentieel niet (volledig) tot zijn recht komt”, besluit Ketels.

Maar wat is nu dat potentieel? Wat is de kracht die schuilt in hooggevoeligheid? Ziehier de 5 grote sterktes van een hoogsensitief persoon (HSP) ...

1. Waardevolle intuïtieve informatie

Wanneer een hoogsensitief persoon de stresssignalen gaat gebruiken als waardevolle informatie, krijgt intuïtie meer kans. Met hun sensoren voelen ze eerder aan dan anderen wat er misloopt of wat een succesvolle nieuwe richting is. Anderen zijn achteraf vaak blij met de vroege waarschuwing of de opgepikte trend.

2. Inspiratiebron en meer genieten

Hooggevoeligen zijn in staat om meer op te pikken, meer nuances te ervaren, meer te genieten én daardoor meer uit zichzelf en hun leven te halen. Ze kunnen hierin een grote inspiratiebron zijn voor anderen. Belangrijk hierin is dat ze hun energie niet laten versnipperen. Door het leren focussen van hun energie vangen ze meer innerlijke signalen op en kunnen ze overweldigende indrukken loslaten.

3. Loyale werknemer

Uit verschillende bronnen is bekend dat stressgevoelige werknemers bijzonder loyale werkkrachten zijn, vooral in een omgeving met een heldere communicatie. Ze zijn goede teamwerkers waarop je kan bouwen en vertrouwen.

4. Kracht van kwetsbaarheid benutten

De eigen gevoeligheid kan ingezet worden om te benoemen wat er speelt. Dit verheldert en helpt juiste verdere stappen te zetten en kan ook openheid creëren voor de kwetsbaarheid van anderen. Als kwetsbaarheid er mag zijn, kan ook authentieke kracht opbloeien, iets wat veel managers nog niet begrijpen.

5. Goed uit de verf komen

Door rekening te houden met zichzelf, komt een HSP’er veel beter uit de verf en worden zijn/haar kwaliteiten beter benut. “Ikzelf gebruik, als trainer en coach, mijn sensitiviteit in het begeleiden en coachen van groepen, teams en individuen. Ik kan aanvoelen waar mensen emotioneel zitten of wat mentaal een blokkade is. Hierdoor kunnen we sneller tot de kern gaan en de kwestie in essentie oplossen”, aldus Ketels.

Het kan wel even duren alvorens een hoogsensitief persoon zich bewust is van deze krachten, gezien elke HSP zal moeten leren omgaan met belemmerende mentale en emotionele gewoontes, die hem/haar automatisch minder weerbaar maken. Zo kan een vroeger aangepraat idee over ‘je moet niet zo gevoelig zijn’ een spoor hebben achtergelaten van minderwaardigheid en twijfel in zichzelf.

“Deze achterhaalde patronen durven aangaan, en dus durven investeren in zichzelf, heeft een ontzettend grote waarde”, verduidelijkt Ketels. “Je bereikt snel positieve veranderingen en gaat automatisch je eigen kracht méér inzetten, waardoor je plots meer impact krijgt en meer vervulling en succes in je werk én leven zal ervaren.”


http://www.jobat.be/nl/artikels/hooggevoelig-5-bewijzen-dat-je-sterker-bent-dan-je-denkt/