|
Veel
hoogbegaafde kinderen hebben niet geleerd om te onderzoeken wat ze nog
niet weten. Ze hebben geleerd om te tonen wat ze al weten.
Dat lijkt misschien een klein verschil, maar het is een wereld van verschil.
Veel
hoogbegaafde kinderen zitten vol vragen, maar krijgen verrassend weinig
ruimte om hun eigen vragen te onderzoeken. Wanneer een kind vooral
bezig is met antwoorden geven, blijft er soms weinig plaats over voor
verwondering.
Wat gebeurt er met een kind dat voortdurend moet tonen wat het al weet, maar zelden mag ontdekken wat het nog niet weet?
Natuurlijk kan differentiatie helpen. Een moeilijkere oefening. Een extra taak. Een hoofdstuk verder werken.
Maar vaak blijft het binnen hetzelfde systeem: iemand anders bepaalt de
vraag, iemand anders bepaalt de richting en iemand anders kent het
juiste antwoord al.
Voor veel hoogbegaafde kinderen ligt daar net het probleem.
Zij hebben nood aan echte vragen.
- Vragen waarop niemand onmiddellijk het antwoord kent.
- Vragen die groot genoeg zijn om in te verdwalen.
- Vragen
die uitnodigen om te onderzoeken, te twijfelen, verbanden te leggen,
opnieuw te beginnen en onverwachte ontdekkingen te doen.
|
Reacties
Een reactie posten