|
Veel
mensen gaan ervan uit dat hoogbegaafde jongeren automatisch goede
punten halen. Dat lijkt logisch. Als je snel denkt, veel verbanden legt
en dingen vlug begrijpt, dan zou school toch vanzelf moeten lukken?
In werkelijkheid zien we vaak iets anders.
Heel
wat hoogbegaafde jongeren halen jarenlang goede resultaten zonder echt
te moeten studeren. Ze luisteren in de groep, pikken snel op wat
belangrijk is en onthouden veel zonder daar bewust moeite voor te doen.
Daardoor lijkt alles goed te gaan. Ouders krijgen mooie punten te zien
en leerkrachten maken zich weinig zorgen.
Maar ondertussen leert zo’n jongere soms iets heel belangrijks niet: leren studeren.
Dat
wordt pas zichtbaar wanneer de hoeveelheid leerstof groter wordt. Plots
volstaat het niet meer om even te luisteren of snel door de cursus te
gaan. Er moet gepland worden. Er moet herhaald worden. Er moet een
onderscheid gemaakt worden tussen hoofdzaak en bijzaak. Er moet
doorgezet worden, ook wanneer iets saai is of niet meteen lukt.
Voor
jongeren die dat nooit echt hebben moeten oefenen, kan dat bijzonder
lastig zijn. Niet omdat ze de leerstof niet aankunnen, maar omdat ze de
weg ernaartoe nooit geleerd hebben.
Daar komt nog iets bij. Hoogbegaafde jongeren denken vaak in grote gehelen. Ze willen begrijpen
waarom iets zo is. Ze zoeken verbanden, stellen vragen en zien soms
meteen uitzonderingen of onlogische stukken in de leerstof. Dat is een
sterkte, maar binnen een schoolsysteem botst dat soms.
Want
op een examen wordt niet altijd gevraagd wat een jongere diep begrijpt.
Soms wordt vooral gevraagd of hij de leerstof precies kan reproduceren
zoals ze werd aangeboden. Voor een jongere die breed en diep denkt, kan
dat vreemd aanvoelen. Hij ziet de samenhang, maar verliest punten op
details. Of hij begrijpt de kern, maar antwoordt niet op de manier die
verwacht wordt.
Daarnaast speelt perfectionisme
vaak een grote rol. Sommige hoogbegaafde jongeren willen pas beginnen
wanneer ze zeker zijn dat ze het goed zullen doen. Ze willen alles
begrijpen voor ze aan een taak starten. Ze willen geen fouten maken. Ze
leggen de lat zo hoog dat beginnen moeilijker wordt dan doorgaan.
Dat
wordt dan soms gezien als luiheid of gebrek aan motivatie. Terwijl er
onder dat gedrag vaak spanning zit. Angst om te falen. Angst om door de
mand te vallen. Angst om plots te ontdekken dat iets niet vanzelf gaat.
En net daar ontstaat onderpresteren.
Niet
omdat een jongere niet slim genoeg is. Niet omdat hij niet kan leren.
Maar omdat intelligentie alleen niet voldoende is om goed te
functioneren binnen een systeem dat planning, herhaling, structuur,
zelfvertrouwen en aanpassing vraagt.
Daardoor
worden sommige hoogbegaafde jongeren jarenlang onderschat. Hun punten
tonen niet wat ze kunnen. Hun rapport vertelt niet het hele verhaal. En
soms verdwijnt het hoogbegaafde stuk helemaal uit beeld, omdat iedereen
vooral kijkt naar wat niet lukt.
|
Reacties
Een reactie posten