Vervelen in de vakantie

 


Ik verveel mij

Het is halfweg augustus en om mij heen hoor ik steeds vaker hetzelfde verhaal: “De vakantie duurt te lang.” “Ik weet niet meer wat we nog kunnen doen.” “Het is tijd dat de scholen weer starten.”

Want wat enkele weken geleden nog begon met “Joepie, vakantie!” blijkt na een tijdje soms toch wat tegen te vallen.

Zeker wanneer je kind zich verveelt, maar tegelijk ook op elk voorstel antwoordt met: “Nee, daar heb ik geen zin in.”


Zij verveelt zich en wil toch niets doen ...

Wekenlang keken ze er naar uit.  En dan was het eind juni. Eindelijk vakantie. Geen wekker, geen huiswerk, geen toetsen en geen schooldag die van ’s morgens tot ’s avonds bepaalt wat er moet gebeuren. Wekenlang tijd om te spelen, te lezen, te bouwen, vrienden te zien, nieuwe dingen te ontdekken of gewoon eens helemaal niets te moeten.

En dan klinkt het, soms al na een paar dagen: “Ik verveel mij.”

Je stelt voor om te gaan zwemmen. Geen zin. Een boek? Saai. Iets knutselen? Nee. Een vriend uitnodigen? Misschien later. Naar buiten? Wat moet ik daar doen? Je haalt een spel boven, zoekt een activiteit, bedenkt een uitstap en krijgt telkens hetzelfde antwoord. “Nee.”

Voor ouders kan dat behoorlijk frustrerend zijn. Want hoe kun je je vervelen wanneer er zoveel mogelijkheden zijn? En waarom bedenkt een kind dat zo snel denkt, zoveel fantasie heeft en op school vaak klaagt dat het te weinig uitdaging krijgt, niet gewoon zélf iets om te doen?

Het antwoord is ingewikkelder dan “hoogbegaafde kinderen hebben meer uitdaging nodig”. Verveling bij hoogbegaafde kinderen gaat niet alleen over hoeveel er te doen is. Het gaat ook over interesse, betekenis, autonomie, uitdaging, structuur én over de stap tussen een idee hebben en daadwerkelijk beginnen.

 

Verveling betekent niet dat er niets te doen is

We associëren verveling gemakkelijk met een gebrek aan activiteiten. Wie zich verveelt, heeft blijkbaar niets om handen. Maar zo eenvoudig werkt het niet.

Ook een kind dat omringd wordt door boeken, speelgoed, spelletjes, knutselmateriaal en een tuin kan zich intens vervelen. Niet omdat er letterlijk niets beschikbaar is, maar omdat niets op dat moment voldoende aanspreekt om betrokkenheid op gang te brengen.

Bij hoogbegaafdheid wordt verveling vaak bijna automatisch gekoppeld aan onderprikkeling. Ook daar is nuance nodig. Onderzoek laat namelijk niet eenduidig zien dat hoogbegaafde kinderen in het algemeen méér verveling ervaren dan andere kinderen. In een klassieke studie bij meer dan 450 leerlingen bleken academisch sterke kinderen bijvoorbeeld niet vaker verveeld dan hun leeftijdsgenoten. Wel zagen de onderzoekers dat hun aanvankelijk positieve houding tegenover school kon afnemen wanneer voldoende uitdaging ontbrak.

Andere onderzoeken laten zien wat hoogbegaafde leerlingen precies als weinig uitdagend ervaren: een traag tempo, veel herhaling van leerstof die ze al beheersen, niet verder mogen gaan wanneer iets gekend is en weinig gelegenheid krijgen om eigen interesses te onderzoeken.

Dat onderscheid is belangrijk.

Een hoogbegaafd kind heeft dus niet noodzakelijk voortdurend méér prikkels nodig. Het kan wel veel moeilijker betrokken raken bij iets wat voorspelbaar, repetitief, te eenvoudig of betekenisloos aanvoelt.

En dat kan ook tijdens de vakantie gebeuren.

Je kunt twintig activiteiten voorstellen en toch geen enkele vinden die het kind werkelijk raakt. Terwijl datzelfde kind plots drie uur lang volledig kan verdwijnen in het bouwen van een ingewikkelde constructie, het uitzoeken hoe zwarte gaten ontstaan, het maken van een eigen bordspel of het uitpluizen van de geschiedenis van een onderwerp waarvan jij niet eens wist dat het bestond.

Het probleem is dan niet: er is niets te doen.

Het probleem is eerder: ik vind niets waarin mijn hoofd zich wil vastbijten.

 

Bedenk dan zelf iets 

Na het zoveelste afgewezen voorstel komt bij veel ouders begrijpelijkerwijs het moment waarop ze zeggen: “Dan weet ik het ook niet meer. Bedenk zelf maar iets.”

En in principe is daar niets mis mee. Kinderen hoeven niet voortdurend vermaakt te worden.

Maar bij sommige hoogbegaafde kinderen gebeurt vervolgens iets merkwaardigs. Ze bedenken niets. Ze blijven hangen. Ze lopen rond. Ze beginnen aan iets en stoppen na drie minuten. Of ze belanden uiteindelijk toch weer achter een scherm.

Dat lijkt tegenstrijdig. Een kind kan complexe redeneringen maken, originele oplossingen bedenken en volwassenen verbazen met de verbanden die het legt. Waarom lukt iets eenvoudigs als “kies iets om te doen” dan niet?

Omdat intelligentie en executieve functies niet hetzelfde zijn.

Executieve functies zijn onder andere nodig om gedrag doelgericht te organiseren: een keuze maken, plannen, beginnen, aandacht vasthouden, bijsturen en verschillende stappen na elkaar uitvoeren.

We moeten daarbij oppassen voor de populaire veronderstelling dat hoogbegaafde kinderen per definitie zwakkere executieve functies zouden hebben. Daarvoor is het wetenschappelijke bewijs niet sterk genoeg. Onderzoek levert een genuanceerd en soms tegenstrijdig beeld op. Een studie uit 2023 vond bijvoorbeeld geen verschil tussen hoogbegaafde kinderen en kinderen met een gemiddelde intelligentie op verschillende uitgevoerde taken rond inhibitie, flexibiliteit en planning. Opvallend genoeg rapporteerden ouders en sommige leerkrachten bij de hoogbegaafde groep wél meer moeilijkheden met executief functioneren in het dagelijkse leven.

Andere studies vinden op bepaalde onderdelen juist sterkere executieve vaardigheden bij hoogbegaafde kinderen. Ook recent onderzoek bevestigt dat het verband tussen intelligentie, planning en functioneren veel minder eenvoudig is dan “slimmer betekent beter kunnen plannen” of het omgekeerde.

Voor ouders is vooral dit belangrijk: ga er niet automatisch van uit dat een kind dat heel complex kan denken ook moeiteloos een lege namiddag kan organiseren.

“Doe maar wat je wilt” bevat eigenlijk een hele reeks opdrachten.

  • Wat wil ik doen?
  • Welke mogelijkheden zijn er?
  • Waar heb ik nu zin in?
  • Wat heb ik daarvoor nodig?
  • Kan ik dat alleen?
  • Waar begin ik?
  • Is het de moeite waard?
  • Wat als het tegenvalt?

Een volledig open dag kan daardoor soms moeilijker zijn dan een dag waarin enkele dingen vastliggen.

 

Vrijheid is heerlijk, tot alles mogelijk is

Tijdens het schooljaar wordt een groot deel van de dag extern georganiseerd. Opstaan, vertrekken, lessen, middagpauze, thuiskomen, eten, eventueel hobby’s en slapen. Zelfs een kind dat zich tegen die structuur verzet, hoeft ze niet zelf te creëren.

In de zomervakantie valt veel daarvan plots weg.

Dat kan bevrijdend zijn. Maar een zee van tijd betekent ook een zee van keuzes.

Ook de Amerikaanse National Association for Gifted Children beschrijft dat ongestructureerde zomertijd voor sommige hoogbegaafde en dubbel bijzondere kinderen juist moeilijk kan zijn en tot verveling en spanning kan leiden. Tegelijk waarschuwt men ervoor om de vakantie niet vol te proppen met verrijkingsactiviteiten. De uitdaging zit dus net in het evenwicht tussen structuur en vrijheid.

Dat sluit aan bij interessant onderzoek naar betrokkenheid bij leren. In een studie met meer dan duizend kinderen bleek autonomie voor alle kinderen belangrijk, maar hoogbegaafde kinderen hadden meer behoefte aan ondersteuning van die autonomie om betrokken te raken. Om betrokken te blijven, bleek structuur voor kinderen ongeacht hun intelligentie belangrijk.

Dat geeft ouders een veel bruikbaarder uitgangspunt dan: “Ik moet iets bedenken zodat mijn kind zich niet verveelt.”  Je hoeft niet te kiezen tussen een volledig volgeplande vakantie en totale vrijheid.

Sommige kinderen hebben net beide nodig: ruimte om zelf richting te geven én voldoende houvast om daadwerkelijk in beweging te komen.

 

Onderprikkeling los je niet op met entertainment

Wanneer een kind zich verveelt, is onze eerste reflex vaak iets aanbieden.

  • Zullen we naar het zwembad gaan?
  • Wil je bakken?
  • Zullen we een spel spelen?
  • Waarom bel je niet iemand?

En wanneer niets werkt, volgt voorstel vijf. En zes. En zeven.

Voor je het weet is de ouder verantwoordelijk geworden voor de inhoud van de dag.  Dat is vermoeiend voor ouders en helpt een kind niet noodzakelijk verder.

Want als het probleem niet een gebrek aan bezigheden is, gaan méér bezigheden het ook niet oplossen.

Probeer daarom eens niet meteen te zoeken naar een activiteit, maar naar wat er onder de verveling zit.

  • Misschien mist je kind complexiteit
  • Misschien verlangt het naar gezelschap 
  • Misschien heeft het juist nood aan rust na een intens schooljaar
  • Misschien wil het iets creëren, maar weet het niet hoe het moet beginnen
  • Misschien is er zoveel keuze dat kiezen onmogelijk wordt
  • Misschien wacht het op iets wat onmiddellijk even meeslepend voelt als zijn favoriete game of YouTubekanaal

En soms?

Soms verveelt een kind zich gewoon. Ook dat mag.

Niet iedere lege minuut hoeft pedagogisch verantwoord ingevuld te worden. Verveling hoeft niet onmiddellijk bestreden te worden. Een lege ruimte kan juist de plek zijn waarin een idee langzaam ontstaat.

Alleen ontstaat dat idee niet noodzakelijk binnen de eerste drie minuten. :-) 

 

Wat kun je als ouder wel doen?

Je hoeft dus geen persoonlijke animator te worden. Maar tussen “ik organiseer je hele dag” en “zoek het zelf maar uit” ligt een groot gebied waarin je een kind kunt helpen zonder het over te nemen.

 
  • Geef de dag enkele ankerpunten.
    • Een volledig lege dag kan overweldigend zijn.
    • Weten dat je ’s morgens thuis bent, na de middag samen boodschappen doet en ’s avonds gaat zwemmen, maakt de resterende vrije tijd overzichtelijker zonder ze volledig in te vullen.
  • Maak keuzes kleiner.
    • “Wat wil je vandaag doen?” is een enorme vraag.
    • “Wil je vanmiddag iets maken, iets uitzoeken of naar buiten?” geeft richting zonder de keuze over te nemen.
  • Help alleen met het begin.
    • Als je kind een boomhut wil bouwen, hoef jij geen bouwplan te tekenen.
    • Maar je kunt wel vragen: “Wat zou de allereerste stap zijn?”
    • Misschien is dat hout zoeken. Misschien tekenen. Misschien uitzoeken hoe een stevige constructie werkt.
    • Zodra het project beweegt, kun je weer verdwijnen.
  • Kijk naar wat je kind werkelijk boeit.
    • Niet naar wat volgens een vakantielijstje leuk zou moeten zijn.
    • Een kind dat gefascineerd is door vulkanen hoeft niet na twintig minuten naar de volgende activiteit. Laat het graven. Letterlijk of figuurlijk. Diepgang is ook spelen.
  • Durf een project groter te maken.
    • Sommige kinderen haken af omdat een activiteit te snel “af” voelt.
    • Geen tekening maken, maar een stripboek.
    • Niet zomaar koekjes bakken, maar zelf drie recepten vergelijken en het beste recept proberen te ontwikkelen.
    • Geen hut bouwen met een deken over twee stoelen, maar eerst uitzoeken welke constructie stevig genoeg is om een week te blijven staan.
    • Niet omdat alles educatief moet worden, maar omdat complexiteit soms precies is wat betrokkenheid mogelijk maakt.
  • Laat verveling ook even bestaan.
    • Je hoeft niet te springen zodra “ik verveel mij” klinkt.
    • Je kunt erkennen dat verveling vervelend voelt zonder meteen een oplossing te produceren.
    • Daarmee blijft de verantwoordelijkheid uiteindelijk waar ze hoort: steeds meer bij het kind zelf.
 

Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste boodschap.

Een hoogbegaafd kind heeft geen zomerprogramma nodig waarin iedere dag uitzonderlijk, uitdagend en verrijkend is.

Vakantie mag ook traag zijn.

Er mogen pyjamadagen tussen zitten. Er mag gegamed worden. Er mogen middagen zijn waarop er ogenschijnlijk weinig gebeurt. Een kind hoeft niet voortdurend zijn talenten te ontwikkelen omdat het toevallig veel cognitieve mogelijkheden heeft.

Maar wanneer verveling dag na dag omslaat in frustratie, lusteloos rondhangen of eindeloze conflicten over wat er dan wél moet gebeuren, kan het helpen om anders naar die verveling te kijken.

Niet alleen: Wat kunnen we nog doen?  Maar: Wat heeft mijn kind nodig om ergens werkelijk bij betrokken te raken?

Misschien is dat uitdaging. Misschien autonomie. Misschien structuur. Misschien gezelschap. Misschien hulp om die eerste stap te zetten.

En soms is het antwoord nog eenvoudiger.  Even niets.

Niet als probleem dat onmiddellijk opgelost moet worden, maar als lege ruimte waarin nog niets hoeft vast te liggen.

Je hoeft de verveling van je kind dus niet voortdurend weg te nemen. Je kunt wel helpen om langzaam de brug te bouwen tussen “ik weet niet wat ik moet doen” en “wacht eens… hier wil ik meer van weten.”

 

Reacties

Populaire posts