Startensklaar en toch lukt het niet ...

 


Schoolweigering? 

Vorige week bracht Pano een reportage over kinderen die niet meer naar school gaan. Het maakte veel los. In de dagen erna verschenen reacties, meningen en analyses. Eén opiniestuk bleef hangen. Heidi Lenaerts schreef in De Morgen over haar dochter, die een schooljaar miste. Over hoe “weigeren” niet het juiste woord is. Over kinderen die wel willen, maar niet meer kunnen.

Ze beschrijft iets wat veel ouders herkennen. Een kind dat ’s ochtends klaarzit, maar niet vertrekt. Dat al verschillende scholen geprobeerd heeft. Dat extra begeleiding krijgt, blijft oefenen, blijft proberen. En toch vastloopt. Niet uit koppigheid. Niet uit onwil. Maar omdat het lichaam het overneemt. Omdat de stress te groot wordt.

Wat daar beschreven wordt, zien wij elke week bij Mannaz.

Kinderen die niet weigeren, maar vastlopen.
Die willen, maar niet meer kunnen.
Waar het hoofd nog zegt dat het moet, maar het lichaam stopt.

Op dat moment stopt leren ook. Niet een beetje. Maar helemaal. Dan helpt geen druk, geen extra uitleg, geen strengere aanpak. Integendeel. Hoe meer druk er komt, hoe verder een kind wegzakt.

Dat is geen keuze. Dat is een reactie van een overbelast systeem.

En toch blijven we het vaak benoemen als “schoolweigering”. Alsof een kind beslist om niet te gaan. Alsof het opgelost geraakt met motivatie of discipline. Terwijl onderzoek al langer toont dat er vaak angst, overprikkeling of uitputting onder zit.

Ook de oplossingen die dan naar voren geschoven worden, sluiten daar niet altijd op aan.

Tijdelijk onderwijs aan huis bestaat, maar vraagt vaak veel uitzoekwerk en volhouden van ouders. Bednet houdt de verbinding met de klas, maar blijft voor veel kinderen te druk. De examencommissie vraagt zelfstandigheid en draagkracht die er net niet meer is.

Ouders worden zo tegelijk ouder, hulpverlener en coördinator. Ze zoeken, bellen rond, proberen opnieuw. En hopen vooral dat hun kind ergens weer kan landen.

Bij Mannaz proberen we net daar te beginnen.

  • Niet bij leerstof.
  • Niet bij achterstand.
  • Maar bij het kind dat vastgelopen is.

We werken in kleine groepen. Met veel nabijheid. Met ruimte om te vertragen. Een dag hoeft hier niet “vol” te zijn. Er mag pauze zijn. Stilte. Afstand. Een kind hoeft zich niet voortdurend te verhouden tot een grote groep of drukke omgeving.

Dat maakt dat er iets kan zakken.

  • Eerst een beetje rust.
  • Dan een beetje veiligheid.
  • En van daaruit, heel voorzichtig, terug beweging.

We zien dat leren dan terugkomt. Niet omdat het moet, maar omdat er weer ruimte is. Omdat een kind opnieuw kan voelen dat het lukt.

We weten tegelijk dat wat wij doen niet vanzelfsprekend is.

  • We zijn klein.
  • We werken vanuit één plek, in Dendermonde.
  • En onze werking kost 35 euro per dag.

Dat maakt dat niet elk gezin de weg naar ons vindt. En dat schuurt ook bij ons. Want de kinderen die hier zitten, zijn geen uitzondering. Wat wij zien, gebeurt op veel meer plaatsen.

Alleen is het aanbod dat echt aansluit vaak beperkt.

Het opiniestuk van Heidi Lenaerts stelt op het einde een belangrijke vraag. Niet hoe we kinderen terug in het systeem krijgen. Maar hoe we het systeem zo maken dat kinderen er niet meer uit hoeven te vallen.

Dat is ook de vraag die bij ons blijft hangen.

  • Zolang het antwoord daarop uitblijft, blijven ouders zoeken.
  • Blijven kinderen vastlopen.
  • En blijven kleine plekken zoals de onze nodig.

Voor gezinnen die vandaag zoeken: er zijn bij Mannaz nog enkele plaatsen vrij in onze werking. 

Je kan ons contacteren voor een kennismakingsgesprek.

Reacties

Populaire posts